English - German - French - Dutch - Back to main page

Rock A Bye Baby
Een Time Life Documentaire (1970)
Uitvoerende Producent: Lothar Wolff

Geďnstitutionaliseerd kind dat met zijn hoofd en lichaam schommelt In isolatie opgegroeid aapje dat met zijn hoofd en lichaam schommelt
Geďnstitutionaliseerd kind
dat met zijn hoofd
en lichaam schommelt
In isolatie opgegroeid aapje
dat met zijn hoofd
en lichaam schommelt

Deze complete documentaire is, met toestemming, online beschikbaar. U kunt het bekijken met de Real Player 7 , welke beschikbaar is voor Windows en Mac gebruikers.

Er zijn twee versies van de 30 minuten durende video beschikbaar:

Een 56 K modem versie (34 kbps) afspelen - downloaden (7.26 MB)
Een dual ISDN versie (80 kbps) afspelen - downloaden (16.9 MB)

Met dank aan Glenn Shoemaker van Southbay Productions (Videotape en Multimedia Producties) in Chula Vista / California, USA voor het digitaliseren van de video!


Samenvatting

De Time Life documentaire "Rock A Bye Baby" beschrijft de invloed van verschillende praktijken in de omgang met zuigelingen, en de opvoeding daarvan, op de emotionele ontwikkeling, zowel bij mensen als bij apen.

In den beginne, het is bekend dat het eerste contact van het kind met de moeder de eerste sociaal-emotionele interactie is die het kind beleeft, en welke de grondslag legt voor zijn latere gedrag. We hebben ontdekt dat sociale dieren die van hun moeder geďsoleerd opgroeien, en die geen voedende lichamelijke affectie ontvangen, een zware depressie ontwikkelen en aan een dergelijke onthouding kunnen overlijden. Bovendien kan een isolatie van een zuigeling die tot zintuiglijke uithongering lijdt tot ontwikkelingsstoringen in de zich nog ontwikkelende hersenen leiden. Deze feiten tonen aan dat moederliefde een neurologische basis heeft en essentieel is voor het leven.

Vervolgens worden we geďntroduceerd met Harry Harlow's experimenten met surrogaat moeders, welke aangetoond hebben dat een aapje dat alleen, zonder moeder of andere aapjes, opgroeit, de voorkeur geeft aan een met stof beklede namaak 'moeder' zónder melk, boven een 'moeder' van kippengaas mét melk, zélfs als het honger heeft!

Ze klampen zich zelfs vast aan hun met stof beklede houten surrogaat moeders als ze angstig zijn, en beleven dezelfde emotionele stress die andere sociale dieren beleven als ze van hun surrogaat moeder gescheiden worden. Deze experimenten tonen aan dat de noodzakelijke behoefte aan een liefdevolle relatie (in dit geval gesuggereerd door het "bont") zelfs sterker is dan de behoefte aan voedsel, zelfs als het dier hongerig is. Daarom kan men stellen dat liefdes-honger sterker is dan voedsel-honger.

Harlow's experimenten zijn een onderdeel van de meeste psychologie studieboeken hedendaags.

De bij uitstek grootste bijdrage aan de kennis van het moeder-kind scheidings syndroom werd geleverd door Drs. William Mason en Gershon Berkson in hun schommelende surrogaat moeder experimenten, waarbij het belang van het bewegen van het lichaam van het kind door de moeder (vestibulaire-cerebrale stimulatie) bij de moeder-kind bonding gedocumenteerd werd. Apen die alleen, zonder andere apen, in een kooi opgesloten waren, die in een ruimte hing met andere apen, en waar een onbewegelijke stoffen surrogaat moeder aanwezig was, werden vergeleken met apen die onder verder identieke omstandigheden een schommelende surrogaat moeder hadden. De apen die met de onbewegelijke surrogaat moeder opgroeiden ontwikkelden al de afwijkingen die in isolatie opgroeiende apen ook vertoonden, zoals - depressies, sociaal terugtrekken, aversie tegen aanraken, stereotypisch schommelen met het lichaam en chronisch aan tenen en penis zuigen, zelfverminking en pathologisch geweld bij het jeugdig en volwassen dier.

De zuigeling aapjes die opgroeiden met de schommelende namaak moeders ontwikkelden zich normaal, met slechts licht stimuli-zoekend gedrag, i.e. duimzuigen. Depressies, sociaal terugtrekken en het zich onttrekken aan aanrakingen waren afwezig bij de apen die met de schommelende surrogaat moeder opgroeiden.

Er zijn goede redenen te bedenken waarom peuters en kleuters er naar streven om door hun vader of moeder gedragen te worden en waarom ze het heerlijk vinden om door hen in slaap gewiegd te worden.

James W. Prescott's experimenten zijn veel minder breed bekend. Terwijl de baanbrekende onderzoeken van Drs. Mason en Berkson het belang interpreteerden van het bewegen van het lichaam van zuigelingen in een sociale context, was de ontwikkelings neuropsycholoog Dr. Prescott bezig de neurobiologische mechanismen die daaraan de grondslag lagen te onderzoeken. 1.

Dr. Prescott lanceerde daarop een reeks hersen/gedrags onderzoeken, samen met diverse collega's, om het effect in kaart te brengen van het verlies aan moederliefde op de structurele en functionele ontwikkeling van de hersenen. Deze studies documenteerden zowel structurele afwijkingen in de hersencellen als functionele afwijkingen.2.

Onderzoeken die Dr. Selma Fraiberg deed met kinderen met aangeboren blindheid gaven aan dat als deze blinde kinderen voldoende lichamelijke contacten en bewegings stimulatie van hun ouders kregen ze normaal emotioneel-sociaal gedrag ontwikkelden. Deze effecten worden dramatisch geportretteerd in de film "Rock a Bye Baby". Zo ook de onderzoeken van Dr. Mary Neal, die een schommelend bekken ontwikkelde voor vroeggeboren baby's. De vroeggeboren baby's aan wie deze simulatie van lichamelijke beweging gegeven werden vertoonden een versnelde neurale ontwikkeling, zoals weerspiegeld in hoofdbewegingen, kruipen, en grijp en andere reflexen. Deze zuigelingen kwamen sneller op gewicht, hadden minder gezondheidsproblemen en werden eerder uit het ziekenhuis ontslagen dan de baby's die deze behandeling moesten ontberen.

Ondanks de duidelijk positieve effecten van auto-bewegende incubators op de gezondheid van vroeggeboren baby's, zoals aangetoond door Dr. Neil, zijn zulke incubators niet in gebruik in Amerikaanse ziekenhuizen. De noodzaak van het bewegen wordt meestal over het hoofd gezien bij de meeste moderne zuigeling klinieken, en de nieuwgeboren baby's worden nog steeds op stilstaande matrassen gelegd.

"Rock A Bye Baby" documenteert ook hoe een geďnstitutionaliseerd kind van zes maanden met een lichamelijke achterstand deze achterstand kan inlopen wanneer het met een liefdevolle substituut moeder een intense één op één relatie kan aangaan. Hoe langer het kind dit moet ontberen, en hoe later een moeder substituut beschikbaar is, des te minder is de schade herstelbaar.

Het onderzoek van Dr. Rosenblum toont tenslotte aan dat er verschillende opvoedings stijlen zijn bij verschillende apen. Terwijl de franje-apen (Macaca radiata) de gewoonte hebben van moederfiguur te wisselen zonder jaloezie, en moederloze kinderen te adopteren, delen de 'beruk' moederapen (Macaca nemestrina of varkensstaart-aap) hun kroost niet met andere apen, en is de moeder-kind band extreem sterk en bezitterig. De franje-apen kinderen tonen geen stress als ze van hun moeder gescheiden worden, omdat ze onmiddellijk door andere apen geadopteerd worden. Dit is niet het geval met de jonge varkensstaart-apen die, wanneer ze alleen bij andere varkensstaart moederapen gelaten worden, gelijk geagiteerd en depressief worden zolang als de scheiding van hun moeder voortduurt.


1 Dr. Prescott bestudeerde in het bijzonder het belang van het vistibulaire-cerebrale zintuiglijke systeem ten einde de hersenstructuren en processen te begrijpen die betrokken waren bij het moeder-kind sociale onthoudings syndroom. Prescott herbenoemde dit syndroom naar "Somato-Sensory Affectional Deprivation (S-SAD) Syndrome" ten einde de zintuigelijk neuropsychologische processen te benadrukken welke ten gronde liggen aan het pathologische gedrag resulterend uit het ontberen van moederliefde; en ontwikkelde een complexe theorie van het functioneren van de hersenen welke het cerebellum als een hoofd regulerend systeem beschouwt, om de vele verschillen die waargenomen waren bij het pathologisch emotioneel-sociaal gedrag van, van hun moeder gescheiden apen te kunnen verklaren.

2 De term functionele abnormaliteiten refereert aan elektrische en biochemische disfunctionaliteiten.


GESELECTEERDE VERWIJZINGEN NAAR ARTIKELEN OVER SOMASENSITORISCHE NEUROPSYCHOLOGISCHE AFFECTIEVE ONTHOUDING EN DE RELATIE MET ABNORMALE HERSENONTWIKKELING, GEWELD EN DRUGSMISBRUIK

Berman, A.J., Berman, D. & Prescott, J.W. (1974). The effect of cerebellar lesions on emotional behavior in the rhesus monkey. In: The Cerebellum, Epilepsy and Behavior. (Cooper, I.S., Riklon, M.V. & Snider, R.S. (Eds) Plenum, NY

Bryan, G.K. and Riesen, A.H. (1989). Deprived Somatosensory-Motor Experience in Stumptailed Monkey Neocortex: Dendritic Spine Density and Dendritic Branching of Layer IIIB Pyramidal Cells. The Journal of Comparative Neurology 286: 208-217.

Cannon, W.B. A Law of Denervation (1939). Amer. J. Med. Sci. 193, 737-749

Cannon, W.B. en Rosenbleuth, A. (1949). The Supersensitivity of Denervated Structures. MacMillan, NY

Coleman, M. (1971). Platelet serotonin in disturbed monkeys and children. Clinical Proceed. of the Children's Hospital. 27(7), 187-194.

Dokecki, P.R. (1973). When the bough breaks...what will happen to baby. recensie van: Rock-a-bye Baby. Time Life Films (Lothar Woff, Ex. Prod.) Contemporary Psychology. 18:64.

Essman, W.B. (1971). Neurochemical changes associated with isolation and environmental stimulation. Biological Psychiatry, 3, 141.

Floeter, M.K. en Greenough, W.T. (1979). Cerebellar plasticity: Modification of purkinje cell structure by differential rearing in monkeys. Science, 206, 227- 229.

Heath, R.G. (1972). Electroencephalographic studies in isolation raised monkeys with behavioral impairment. Diseases of the Nervous Systems, 33, 157-163

Heath, R. G. (l975): Maternal-social deprivation and abnormal brain development: Disorders of emotional and social behavior. In Brain Function and Malnutrition: :Neuropsychological Methods of Assessment (Prescott, J.W., Read, M.S., & Coursin, D.B., Eds). John Wiley New York.

Higley, J.D., Suomi, S.J., Linnoila, M. (1990). Parallels in Aggression and Serotonin: Consideration of Development, Rearing History, and Sex Differences. In: Violence and Suicidality: Perspectives In Clinical and Psychobiological Research (Herman van Praag, Robert Plutchik en Alan Apter, Eds) NY: Brummer/Mazel.

Laudenslager, ML, Reits M., Harbeck, R. (1982). Suppressed immune response in infant monkeys associated with maternal separation. Behav Neural Biol 36:40-48.

Mason, W.A. (1968). Early social deprivation in the non-human primates: Implications for human behavior. In: Environmental Influences. (D.E. Glass, Ed). The Rockefeller University Press and Russell Sage Foundation, New York.

Mason, W.A. and Berkson, G. (1975). Effects of Maternal Mobility on the Development of Rocking and Other Behaviors in Rhesus Monkeys: A Study with Artificial Mothers. Developmental Psychobiology, , 8, 197-221

Melzack, R. and Burns, S.K.(1965). Neurophysiological effects of early sensory restriction. Exp. Neurol., 13: 163-175.

Neal, M. (1967). Vestibular stimulation and developmental behavior in the small premature infant. Nursing Research Report 3: 1-4.

NICHD, NIH. (1968). Perspectives on Human Deprivation: Biological,Psychological, and Sociological. National Institute of Child Health and Human Development. NIH. U.S. Department of Health, Education, and Welfare. Bethesda, MD

Prescott, J.W. (1967). Invited Commentary: Central nervous system functioning in altered sensory environments (Cohen, S.I.). In: Psychological Stress (M.H. Appley en R. Trumbull, Eds). Appleton-Century Crofts, New York.

Prescott, J.W. (1971). Early somatosensory deprivation as an ontogenetic process in the abnormal development of the brain and behavior. In: Medical Primatology 1970 (I.E. Goldsmith en J. Moor-Jankowski, Eds). S. Karger, Basel, New York

Prescott, J.W. (1975) Body Pleasure and the Origins of Violence.The Futurist April. Herdrukt in: The Bulletin Of The Atomic Scientists (1975) November.

Prescott, J.W. (1976). Somatosensory deprivation and its relationship to the blind. In:The Effects of Blindness and Other Impairments on Early Development pp.65-121(Z.S. Jastrembke, Ed.). American Foundation For The Blind, New York.

Prescott, J.W. (1977). Phylogenetic and ontogenetic aspects of human affectional development. In: Progress In Sexology. Proceedings of the 1976 International Congress of Sexology. (R. Gemme & C.C. Wheeler, Eds.) Plenum Press, New York.

Prescott, J.W. (l979): Deprivation of physical affection as a primary process in the development of physical violence. In. Child Abuse and Violence (Gil, D. G., Ed). AMS Press New York pp 66-137.

Prescott, J. W. (1979). Alienation of Affection. Psychology Today December.

Prescott, J.W. (1980). Somatosensory affectional deprivation (SAD) theory of drug and alcohol use. In: Theories On Drug Abuse: Selected Contemporary Perspectives. Dan J. Lettieri, Mollie Sayers en Helen Wallenstien Pearson, Eds.) NIDA Research Monograph 30, March 1980. National Institute on Drug Abuse, Department of Health and Human Services. Rockville, MD.

Prescott, J.W. (l990): Affectional bonding for the prevention of violent behaviors: Neurobiological, Psychological and Religious/Spiritual Determinants. In. Violent Behavior Vol. I: Assessment and Intervention. (L.J. Hertzberg, et. al., Eds). PMA Publishing NY pp. 110-142.

Reis, D.J., Doba, N. and Nathan, M.A. (1973). Predatory attack, grooming, and consummatory behaviors evoked by electrical stimulation of cat cerebellar nuclei. Science 182: 845- 847.

Riesen, A.H., Dickerson, G.P. and Struble, R.G. (1977). Somatosensory Restriction and Behavioral Development in Stumptail Monkeys. Annals New York Academy of Science, , 290, 285-294

Reite, M. & Capitanio, J.P. (1985). On the nature of social separation and social attachment. In: The Psychobiology of Attachment (Reite, M. & Field, T., Eds) Academic Press, NY.

Rosenzweig, M.R. (1971). Effects of environment on development of brain and of behavior. In E. Tobach, L.R. Aronson & E. Shaw (Eds). The biopsychology of development (pp.303-342) New York Academic Press.

Salk, L., Lipsitt, L.P., Sturner, W.Q., Reilly, B.M. & Levat, R.H. (1985). Relationship of maternal and perinatal conditions to eventual adolescent suicide. The Lancet March 15.

Saltzberg, B. Lustick, L.S. and Heath, R.G. (1971). Detection of Focal Depth Spiking in the Scalp EEG of Monkeys. Electroencephalography and Clinical Neurophysiology. , 31, 327-333

Sharpless, S.K. Isolated and deafferented neurons: Disuse supersensitivity (1969). In: Basic Mechanisms of the Epilepsies (Jasper, Ward & Pope (Eds). Little Brown & Co., NY 329-355.

Sharpless, S.K. Disuse supersensitivity (1975). In: The Developmental Neuropsychology of Sensory Deprivation (Riesen, A.H., Ed). Academic Press, NY

Snider, R.s. en Maiti, A. (1976). Cerebellar contributions to the Papez circuit. J. of Neuroscience Research. 2, 133-146

Struble, R.G. en Riesen, A.H. (1978) Changes in Cortical Dendritic Branching Subsequent to Partial Social Isolation in Stumptail Monkeys. Developmental Psychobiology, 11(5): 479-486

Tassinari, C.A. (1968). Suppression of focal spikes by somatosensory stimuli. Electroenceph. and Clin. Neurophysiol. 25, 574-578.